Lekker Javascripten – De basics

Wat is HTML?
Met de programmeertaal HTML kun je je eigen webpagina’s maken, maar deze zijn niet interactief,
daarvoor moet je HTML combineren met een andere programmeertaal, bijvoorbeeld JavaScript.

Wat is JavaScript?
JavaScript is een programmeertaal om webpagina’s interactief te maken; dit betekent dat de website
kan reageren op de gebruiker en andersom. Met HTML en JavaScript kun je niet hetzelfde bereiken,
dit is vaak verwarrend omdat het wel allebei in één bestand kan. HTML gebruik je om statische
webpagina’s te maken, deze webpagina’s zijn dus onveranderlijk. Met JavaScript kun je dynamische
webpagina’s maken, deze webpagina’s kunnen dus veranderen.
Wat voor soort bestanden/welke documenttypes gebruik je om JavaScript in
op te slaan?

Zoals al vermeld was, JavaScript kan opgeslagen in hetzelfde document als HTML. Dan gebruik je
.html bestanden. Het is vaak handiger om het in een .js bestand op te slaan. Deze kun je dan voor
meerdere webpagina’s gebruiken in plaats van de hele tijd hetzelfde stukje script te moeten
schrijven.

Wat zijn de syntaxregels bij Javascript?
Een computerprogramma is een lijst van “instructies” die “uitgevoerd” worden door de computer. In
een programmeertaal heten deze instructies statements. In JavaScript worden deze statements uit
elkaar gehouden door puntkomma ( ; ). Tussen iedere statement moet dus een puntkomma gezet
worden.
JavaScript gebruikt rekentekens ( + – / * ) om waardes te berekenen, bijvoorbeeld:
JavaScript-code: rekentekens
(5 + 6) * 10

Niet alle statements in javascript worden uitgevoerd. Code na twee slashtekens // of tussen /* en */
wordt beschouwd als commentaar. Commentaar wordt genegeerd tijdens het uitvoeren van een
script en worden daarom ook niet uitgevoerd.
JavaScript-code: comments
var variabelnaam; //Dit is een comment
variabelnaam /* alles tussen deze tekens is commentaar */ =“gegevens voor de variabele”;

Wat zijn variabelen?
Een variabele is een manier om in JavaScript (en ook in andere programmeertalen) gegevens te
kunnen bewaren. Deze gegevens kunnen steeds aangepast worden. Bij een variabele spelen drie
dingen een rol:
1. De naam van de variabele, dit is nodig zodat je de variabele in je script kan gebruiken.
2. De gegevens die in de variabele zijn opgeslagen (een variabele kan ook “leeg” zijn).
3. Het soort (type) gegevens die in de variabele zijn opgeslagen.

Een variabele aanmaken om gegevens in op te slaan gebeurt als volgt:
JavaScript-code: Variabele aanmaken
var variabelnaam;

Met het woordje var geef je aan dat je een nieuwe variabele aanmaakt. Dit wordt gevolgd door de
naam van de variabelen. De naam van een variabele is hoofdlettergevoelig; dat betekent dat
variabelnaam niet gelijk is aan VARIABELNAAM.
Nu moet je er natuurlijk nog gegevens bij opslaan, dit gebeurt met een =-teken:
JavaScript-code: Gegevens opslaan in een variabele
var variabelnaam;
variabelnaam = “gegevens voor de variabele”;
Een variabele aanmaken en de gegevens erin opslaan kun je ook in het kort programmeren, dat ziet
er zo uit:
JavaScript-code: gegevens opslaan in een variabele
var variabelnaam = “gegevens voor de variabele”;
Welke types variabelen zijn er binnen JavaScript?
Variabelen kunnen verschillende soorten gegevens bevatten, hier de meest belangrijke:
1.Strings (Stukjes tekst)
2.Getallen
3.Booleans (Logische waarden: true of false)
4.Functies (rekensommetjes en dergelijke)

In JavaScript kun je voor een variabele ieder soort gegevens gebruiken. De meest gebruikte types zijn
getallen en strings.
In het volgend voorbeeld gaan we een getal in een variabele opslaan.
JavaScript-code: Een getal opslaan
var getal = 10;
JavaScript weet hierbij automatisch dat je een getal hebt opgeslagen. Wanneer je een string wilt
opslaan moet je het stukje tekst dat je wilt bewaren tussen aanhalingstekens “ “ plaatsen.
JavaScript-code: Een string opslaan
var tekst = “Dit is een stukje tekst”;
Voor logische gegevens gebruiken we het type boolean. Voor deze gegevenssoort bestaan slechts
twee waarden: true of false, wat respectievelijk juist of fout betekent. Een boolean maak je aan als
volgt:
JavaScript-code: Een boolean opslaan
var juist = true;
var fout = false;
true en false moeten niet tussen aanhalingstekens staan, want het is geen tekst maar het zijn
JavaScript-sleutelwoorden, JavaScript herkent zelf deze sleutelwoorden.
JavaScript-code: Een functie opslaan
var functie = 10 – 1;
Hier berekent hij zelf wat 10-1 is en slaat het antwoord, 9, op in de variabele functie.
Operatoren
We gaan een aantal verschillende operators behandelen: rekenkundige-, vergelijkings- en logische
operators.
Rekenkundige operators
+ Optellen
– Aftrekken
* Vermenigvuldigen
/ Delen
++ Verhogen met 1
— Verminderen met 1
Deze kende je waarschijnlijk wel, maar dan nu de logische operators.
Logische operators
&& AND en
|| OR of
! NOT niet

JavaScript kent && en AND en het betekent allebei en, zo werkt het hetzelfde bij || en OR, deze
betekenen allebei of, en ! en NOT, die allebei niet betekenen.
Dit was de basis die je nodig hebt om JavaScript te kunnen gaan leren, de rest zal in de lesbrieven
zelf uitgelegd worden.
De volgende lesbrief
Vergelijkingsoperators
=== is gelijk aan
!== is niet gelijk aan
> is groter dan
< is kleiner dan
>== is groter dan of gelijk aan
<== is kleiner dan of gelijk aan

javascript basics

Categorieën: Javascript